Yellowspring

Op een dag zagen we in de verte een dorpje opdoemen, waar duidelijk beweging te zien was. Ik besloot naderbij te sluipen voor zover ik kon, want ik kon enkel beschutting zoeken achter de paar boompjes en struiken die er groeiden. Het zag er een kleine stam uit, niet bewapend voor zover ik kon zien, en ik ging terug naar de anderen. We gingen stapvoets dichterbij, een beetje bang voor het onbekende, en toen we vrij dicht genaderd waren kwam een Ork op ons af. Hij bleek in de wolken dat er avonturiers langskwamen, hij was zelf namelijk nog in Bartertown geweest, en stelde zich voor als Ramduk. Hij behandelde ons als edelen, en we waren uiterst welkom in zijn dorpje Yellowspring, waar we eten en drinken konden krijgen. Gerustgesteld door het gastvrije onthaal begaven we ons naar het dorp. Naarmate we echter meer en meer naderden riepen moeders hun kinderen het huis in en kwam er wat beroering in het dorpje. We vroegen Ramduk of hij zeker was dat we welkom waren, maar hij stelde dat de dorpelingen wat gereserveerd stonden tegenover avonturiers, maar hij was zelf al wel hier en daar geweest en verzekerde ons dat alles in orde was.

Eenmaal in het dorp aangekomen begon Ramduk vanalles te regelen om ons een goed avondmaal te bezorgen, en om het feest van vanavond voor te bereiden. De inwoners waren hier zeer gelovig en eerden hun Passion Garlan, die stond voor 'Heart and Healing', eens in de zoveel tijd met een groot feest. We namen een kijkje in het dorp en zagen wat kinderen spelen. Toen we dichter kwamen vroeg één van hen: "Gaan jullie tegen Cherrypit vechten?", waarop ze door hun moeder onmiddellijk naar binnen geroepen werden. We vroegen wat later aan Ramduk wat dat betekende en hij zei dat Cherrypit een naburig dorp was waarmee ze overhoop lagen. Inwoners van Cherrypit hadden pas heel de oogst van Yellowspring vernietigd, terwijl ze zelf veel meer velden had, waarop er een aanval was georganiseerd door Ramduk. Nu werd er af en toe een tegenaanval gepland, waarop Ramduk ook weer aanviel, enzovoort. Hij wilde er ons echter niet mee lastigvallen en we kregen een vrij goede maaltijd voorgeschoteld, gevolgd door een feest waarop alle dorpelingen aanwezig waren. Na het feest kregen we eindelijk nog eens fatsoenlijke bedden waarop we ons uitegput te slapen legden.

Lang duurde onze rust echter niet, want tegen middernacht ontstond er rumoer in het dorp. We werden aangevallen door Cherrypit! We snelden de dorpelingen snel tegemoet en hielpen hen de aanval af te slagen. Dat lukte vrij gemakkelijk, want na een paar minuten vluchtten het tiental ridders te paard weer terug naar Cherrypit. Ramduk kwam ons bedanken en ik stelde voor dat we er onmiddellijk een eind aan gingen maken en zoveel mogelijk mannen optrommelden om een tegenaanval op poten te zetten. Ramduk vond het een geweldig idee en binnen de kortste keren was hij terug met vier bewapende mannen. Dat leek ons nogal weinig maar volgens Ramduk was Cherrypit maar een klein dorpje met slechts een paar gewapende mannen. We vertrokken dan maar snel, en na anderhalf uur zagen we Cherrypit opdoemen.

Het was een inderdaad maar een klein dorpje met een kleine omheining van palen. Toen ze ons in de gaten kregen stelden enkele boogschutters zich op en kwamen ridders op ons af. We leverden vurig strijd, maar er kwamen er steeds meer en terwijl de pijlen ons rond de oren vlogen keken we om naar Ramduk, die ons aanmoedigde maar die zelf niks deed, evenals zijn vier mannen. Die sloegen zelfs op de vlucht, zodat we ook niet veel meer keus hadden dan ons terug te trekken. We vluchtten snel terug naar Yellowspring, waar we Ramduk kwaad vroegen waarom die vier mannen en hijzelf niet meevochten, terwijl wij voor hen ons leven aan het wagen waren. Hij wilde echter niet veel vertellen en kwaad wilden we terug gaan slapen, maar Liesl moest weten wat er nu precies aan de hand was.

Na een tijdje kregen we in de gaten dat het opgezet spel was: Ramduk wou zelf de macht over Cherrypit overnemen en had daarom de oogst van Yellowspring vernietigd, zodat hij de dorpelingen kon overtuigen dat Cherrypit slecht was. Zo kon hij zijn eigen oorlogje goedpraten bij de bevolking en vielen er onschuldige doden, zowel in Yellowspring als in Cherrypit. Door het kabaal, we waren namelijk erg kwaad op Ramduk, waren enkele dorpelingen komen kijken. We konden hen overtuigen dat ze de speelbal waren geweest van Ramduk, en we bonden hem vast in zijn hut. Hij probeerde ons nog om te kopen om hem vrij te laten, dan zou hij wel terug naar Bartertown vertrekken. Hij bood ons veel geld en informatie: zo bleek hij een zekere Salaver in Bartertown te kennen, maar van Yoran Windchaser had hij nog niet gehoord. We lieten hem echter niet gaan en uiteindelijk gingen we nog voor enkele uurtjes slapen.

's Morgens bleek de Human Valdor de leiding van het dorp op zich genomen te hebben. Na het eten besloten we naar Cherrypit te trekken om te proberen of we geen vrede konden sluiten tussen de beide dorpen die in een nutteloos conflict verzeild waren geraakt. Om onze goede bedoelingen kenbaar te maken zouden we Ramduk aan hen overleveren, die natuurlijk alles probeerde om hem vrij te laten aangezien hij vreesde voor zijn leven. We negeerden zijn gejammer en vertrokken. Toen we in het zicht kwamen van Cherrypit werd er alarm geslagen en stelden boogschutters en ridders zich snel op. Er werd geroepen dat we onmiddellijk moesten stoppen. We riepen terug dat we in vrede kwamen, en dat Ramduk de oorzaak was van alle problemen. Onder zware bedreiging en na een waarschuwingsschot moesten we hem voor ons uit sturen, wat we zonder aarzelen deden. Een schot werd gelost en raakte Ramduk lichtjes, waarop de schutter terecht werd gewezen. Een vrouw die zich voorstelde als Noha kwam op ons af en na een tijdje konden we haar overtuigen van het kwaad opzet van Ramduk. We stelden voor dat ze met Valdor kwam praten om de gevechten te stoppen en de twee dorpen te verenigen, zodat ze allebei genoeg oogstvelden zouden hebben. Ze vertelde ons dat ze over twee uur zou vertrekken, vergezeld van vijf volledig gewapende mannen, om te komen onderhandelen. Ramduk bleef ondertussen bij hen. Als er ook maar iets zou gebeuren dat op een valstrik wees zou de totale oorlog verklaard worden. Wij haastten ons terug naar Yellowspring met het goede nieuws en enorm verheugd begon Valdor het dorp voor te bereiden op de mogelijke verzoening. Na een tijdje kwam Noha opdagen; Valdor stapte er op af en na een kort gesprek vielen de twee elkaar in de armen. Meteen werd er een brandstapel gemaakt waarop Ramduk terecht gesteld zou worden, en niet veel later werd de executie uitgevoerd. De dood van Ramduk was meteen het begin van een nieuwe vrede en een groot feest ter ere van de verzoening op deze heuglijke dag, 13 Mawag, 1506 TH.

De volgende dag kregen we vier paarden en eten voor 14 dagen en we trokken verder, na duizendmaal bedankt te zijn door Valdor. Goed uitgerust en gedreven door paarden geraakten we die dag een heel eind verder. Na het avondeten en het kampvuur nam ik als eerste de wacht.

Plots schoot uit het niets een soort vuurbal voorbij... Een brandende pijl landde in de het midden van onze kampeerplaats en meteen daarna werd ik vrij zwaar geraakt door een pijl. Terwijl de anderen wakker werden en opstonden zocht ik beschutting achter enkele bosjes. Ik keek aandachtig het bos in en ik zag schimmen bewegen... Ik besloot snel de brandende pijl te doven om het zicht te belemmeren, en terwijl ik er naartoe liep kliefde een pijl door mijn been... Ik viel bewusteloos neer. De anderen werden door twee vrouwen en een man gedwongen zich onmiddellijk over te geven, en gezien mijn hachelijke situatie konden ze niet veel anders dan al hun wapens af te geven.

De overvallers namen ons alle materiaal, wapens en paarden af, en ik werd terug bijgebracht. Het werd Kalaan toegestaan haar genezende krachten op mij te gebruiken, maar dan moest ze wel eerst iemand van hen genezen, die blijkbaar gewond was geraakt door een eerder gevecht. Ze vonden het erg dat ze ons dit moesten aandoen, maar ze hadden geen keuze: het kwam er op aan te overleven in dit verlaten land, en daar moest iemand voor boeten. Liesl vroeg hen genade, en ze zei dat we op missie waren naar Hanto om een paar brieven af te geven. De drie keken verward, en uit hun reactie bleek dat zij onze voorgangers waren, eveneens ingehuurd door Charboyya om enkele brieven af te geven. Het bleek nu echter dat Hanto bezet was door het Grim Legion, een extreme groep die de Horrors probeerde te overwinnen door elk mogelijk bezet dorp volledig af te sluiten en de Horrors aan te pakken. In Hanto was er dan een tweestrijd gegroeid tussen de hoofdvrouw Chereka en Emberika, de broer van Charboyya. Chereka was van de mening dat de Horrors, als er al zouden zijn, wel vanzelf zouden weggaan, maar Emberika wilde het gevecht aangaan. De drie gezanten van Charboyya wilden de brieven afgeven, maar werden niet toegelaten door het Grim Legion, en na een tijdje werden ze zelfs aangevallen, vandaar hun wonden. Ze besloten Hanto dan maar te laten voor wat het was, maar ze hadden geen voedsel meer en waren gedwongen tot overvallen om te overleven. We stelden hen voor ons te volgen naar een dorpje op een dagreis hiervandaan, Yellowspring, waar ze eten en drinken zouden kunnen krijgen, op voorwaarde dat wij al onze bezittingen terugkregen. Ze waren aanvankelijk bang dat het een valstrik was, maar we konden hen overtuigen van onze goede bedoelingen.

Aangekomen in Yellowspring legden we snel de situatie uit aan Valdor, die meteen de zorg voor ons allemaal op zich nam; ik was er natuurlijk nog altijd heel slecht aan toe. Uit dank voor onze nobele daden gaven onze overvallers Kalaan een Light Crystal, en ik kreeg een Death Cheat. Dat was een krachtige magische steen die moest ingeplant worden in mijn lichaam, maar waardoor ik een dodelijke wonde kon overleven.