Jelle Druyts .NET Consultant
Just another ignorant weirdo from Antwerp, Belgium trying to make sense out of it all
Kapitein Eenoog zette zijn zonnebril op en tuurde in de verte over de uitgestrekte wateren. (Eenoog is trouwens zijn echte naam niet, maar het klinkt alleszins beter dan 'Kapitein Willy'.) "Prachtig weer in Wezemaal," riep hij uit. "De UV-index is niet te hoog en ook hooikoortslijders hebben niet te klagen. Een beter weertje kan ik me niet wensen om die bloody Engelsen in de pan te hakken!" Scheepsmaat Deboosere had nochtans gewaarschuwd voor een buitje hier en daar, maar in die tijd hadden ze nog geen satellietbeelden, dus naar hem werd eigenlijk nooit geluisterd. Ook al omdat hij altijd zo stoned was als een scheepsmast, maar dat volledig terzijde.
De Kapitein stampte driewerf met zijn houten poot op het dek. Alras kwam een schone blonde met een kort rokje hem bedienen op een vers geperste Red Bull. Het zou een lange dag worden, had de Kapitein gedacht, en hij nam dan ook z'n voorzorgen. Red Bull gaf je namelijk in die tijd nog zeilen, maar door de almaar dalende belangstelling voor de piraterij is men langzaamaan overgeschakeld op vleugels, al is het maar omdat je met vleugels minder last hebt om ze te strijken; dit laatste natuurlijk volledig terzijde. Hij haalde z'n sabel boven en stak de blonde neer. "Later zal met jou nog veel gelachen worden," voorspelde hij met succes, "en niet in het minst omdat je nog geen schat kan vinden al stond je met je voeten op een X van twaalf voet doorsnee en stond er een groot neonlicht met 'SCHAT HIER' te flikkeren." Het kon niet ontkend worden dat het arme meisje het IQ had van een gemiddeld anker. Hij zette zijn glas neer en gaf de orders uit te varen.
Eenoog haalde zijn Atlas boven. "Engeland," mompelde hij, "Waar moet ik dat gaan zoeken?" Hij was namelijk nog nooit buiten Wezemaal geraakt (zijn driemaster lag dan ook op een meer) en bij het plannen van deze gevaarlijke expeditie moest hij dus een beroep doen op zijn 'Grote Kaartenboek van Europa en Omstreken'. Dat had hij pas gekocht van een vreemde groep reizigers die hem één of ander geloof trachtten aan te smeren en Tupperware verkochten. 'Gekocht' is natuurlijk veel gezegd, want nadat hij het boek in handen had, heeft hij ze allemaal laten executeren; kwestie van de manschappen hun plezier te gunnen en zijn imago hoog te houden, maar dat even volledig terzijde. Hij bladerde wat in zijn bundel kaarten en terwijl hij Denemarken omsloeg viel een klein vergeeld stukje perkament op het dek. "Dit moet vast en zeker naar een schat leiden," sprak Eenoog. Er stond dan ook 'Schatkaart' op, maar hij wou intelligent overkomen bij zijn analfabete bemanning. Het bleek dat de schat zich moest bevinden op een vlakbij gelegen eilandje, en de Kapitein beval een onmiddellijke koersverandering.
Na een zestal minuten (met de hulp van de Red Bull natuurlijk, anders had het gemakkelijk een minuut of acht geduurd) bereikten ze de kustlijn van het idyllische eilandje. Eenoog liet zijn schop en wat boterhammen inpakken en vertrok alleen op schattentocht. Hij nam niemand mee, want het was ondertussen al vijf uur geworden en de manschappen moesten al thuis zijn voor het avondeten, maar dat echter volledig terzijde.
Kapitein Eenoog volgde nauwlettend het spoor dat uitgetekend was op de schatkaart en toen de avond reeds gevallen was kon hij achter een heuvel een flauw lichtschijnsel bespeuren. Naarmate hij dichter kwam, bleek het soms te verdwijnen en dan weer op te lichten, zodat het leek alsof er magie mee gemoeid was. En inderdaad: bij de top van de heuvel gekomen bemerkte hij een grote X op de grond en een groot bord met 'SCHAT HIER' erop dat nu eens een magisch licht uitstraalde, dan weer volledig verduisterd was. Hij stond sprakeloos te kijken naar het schouwspel van licht en donker en herinnerde zich zijn woorden van deze morgen. "Vanaf nu zal dit soort magie bekend staan als Neonlicht," sprak hij uit. Deze morgen had hij namelijk maar iets verzonnen, aangezien het neonlicht nog niet was ontdekt.
Kapitein Eenoog begon te graven en te graven en toen de ochtend bijna aanbrak stuitte hij op een harde houten kist. Hij groef ze op en sloeg het slot open met zijn schop. Het bleek allesbehalve een schat; eerder de ultieme wraak van de vreemde reizigers. In een laatste poging om hun geloof te verkondigen hadden ze namelijk de volledige collectie 'Wachttorens' begraven. De Kapitein overleefde de teleurstelling niet.
Dit alles echter volledig terzijde.